Hypoallergene snacks: welke eiwitbron kies je bij een allergie?

Hypoallergene snacks: welke eiwitbron kies je bij een allergie?

Kort antwoord: "Hypoallergeen" is geen beschermde term: het staat op de verpakking, niet in de wet. Wat bij een voedselallergie wél telt, is een snack van één diersoort die je hond nog nooit heeft gegeten. Rund, zuivel en kip zijn de vaakste boosdoeners; paard, konijn, hert, vis, geit, eend en kameel worden zelden gevoerd en zijn daarom de logische keuze. Kies de eiwitbron samen met je dierenarts, houd er acht weken strikt aan vast, ook voor de snacks, en lees elk etiket: "100 procent paard" is iets anders dan "met paard".

Wat betekent hypoallergeen eigenlijk?

Op hondensnacks betekent "hypoallergeen" meestal niet meer dan: gemaakt van een ingrediënt waar honden minder vaak op reageren. Er is geen keuring en geen wettelijke definitie. Een snack van konijn kan het woord dragen, maar een hond die allergisch is voor konijn reageert er gewoon op. Allergie is namelijk altijd persoonlijk: het afweersysteem van jouw hond reageert op een eiwit dat hij eerder heeft gegeten. Een eiwit dat hij nog nooit binnen heeft gehad, kan hem in principe niet ziek maken. Daarom draait alles om de vraag: welke diersoort is nieuw voor deze hond?

Waarom de eiwitbron belangrijker is dan het woord graanvrij

Bij honden met een bewezen voedselallergie is de oorzaak in de meeste gevallen een dierlijk eiwit. Veterinair dermatologen Mueller, Olivry en Prélaud telden in 2016 de bewezen allergenen bij honden: rund bij 34 procent, zuivel bij 17 procent, kip bij 15 procent, tarwe bij 13 procent, lam bij 5 procent en varken en vis elk bij ongeveer 2 procent. Een graanvrije snack van rund of kip lost dus meestal niets op. Waarom graanvrij geen synoniem is voor hypoallergeen, leggen we uit in graanvrije hondensnacks en allergie. Voor het kiezen van een snack bij allergie geldt daarom een simpele volgorde: eerst de diersoort, dan pas de rest.

Welke eiwitbron kies je?

Een eiwitbron is geschikt als je hond hem nog nooit heeft gegeten, ook niet als bijmengsel in brokken, koekjes of kauwsnacks. Loop de voergeschiedenis van je hond na: welke brokken, welke blikjes, welke trainers. Wat overblijft, is de kandidatenlijst. In de praktijk zijn dat vaak deze diersoorten:

Eiwitbron Hoe vaak allergeen Van één diersoort in onze winkel Goed om te weten
Paard Zelden gevoerd, zelden allergeen Vleesblokjes, kophuid, long, luchtpijp, paardenpenis Kophuid is mager (4,32 procent vet), vleesblokjes vet (32 procent)
Konijn Zelden gevoerd, zelden allergeen Vleesblokjes, oren, longen, huid, lever Oren zijn zacht en mager (11,23 procent vet); vleesblokjes 43,9 procent vet
Hert Zelden gevoerd, zelden allergeen Vleesblokjes, hertenpoot, hertenhuid, gewei Hertenhuid 8,9 procent vet; gewei is keihard, alleen voor rustige knagers
Vis Ongeveer 2 procent Kabeljauwhuid, roodbaarshuid, sprot, schol, heek, meervalhuid Vis is een verzamelnaam: kies één vissoort en houd die aan
Geit Zelden gevoerd, zelden allergeen Geitenoren, geitenkophuid Kleine reeks; oren met haar 22,32 procent vet
Eend Zelden gevoerd, maar gevogelte Vleesblokjes, eendennekken, eendenpoten Nekken zijn mager (7,00 procent vet); reageert je hond op kip, overleg dan over eend
Kameel Zelden gevoerd, zelden allergeen Kamelenhuid als rol, plaat en van 70 cm Taaie kauwsnack, 8,96 procent vet
Lam Ongeveer 5 procent Vleesblokjes, oren, long, luchtpijp, kophuid Vroeger dé allergiekeuze, nu vaak al gevoerd; alleen als je hond het nooit had

Alle snacks van één diersoort vind je per soort bij paard, konijn, hert, vis, geit, eend en kameel. De vetpercentages hierboven komen van de etiketten; op elke productpagina staat de volledige analyse.

Zo gebruik je de snack in een eliminatiedieet

Een voedselallergie stel je niet vast met een bloedtest of een haartest, maar met een eliminatiedieet: acht weken lang alleen één nieuwe eiwitbron, daarna een provocatie met het oude voer om te zien of de klachten terugkomen. De dierenarts kiest met jou de eiwitbron en het voer. De snacks zijn daarbij het zwakke punt: één koekje met kip van de buurvrouw en de acht weken beginnen opnieuw. Dit werkt:

  • Zelfde diersoort als het voer: eet je hond een dieet op basis van paard, dan zijn de snacks ook van paard. Geen tweede nieuwe eiwitbron erbij, ook al is die zeldzaam; die bewaar je voor later.
  • Alleen etiketten met één ingrediënt: "100 procent konijn" en verder niets. Vermijd "met konijn", "konijnensmaak" en alles met vleesmeel, dierlijke bijproducten of een vulling.
  • Vertel het aan iedereen: uitlaatservice, opa en oma, de trainer. Neem je eigen snacks mee naar de cursus.
  • Ook de kauwsnacks: een gevulde hoef bevat naast hoef vaak schapenvet en vleesmeel van rund of kip. Kies in deze periode een kophuidrol of huid van dezelfde diersoort als het dieet.
  • Dentalsticks en supplementen: die bevatten bijna altijd meerdere eiwitten. Acht weken zonder, tenzij de dierenarts iets anders zegt.

Etiketten lezen: waar het misgaat

De naam op de voorkant zegt weinig. "Snack met hert" mag zo heten als er een klein aandeel hert in zit; de rest kan rund of kip zijn. Kijk daarom altijd bij de samenstelling. Staat er één diersoort en verder niets, dan is de snack geschikt. Staat er "vlees en dierlijke bijproducten" zonder diersoort, dan weet je niet wat je geeft. Let ook op vullingen en coatings: hoeven en botten met een vulling, worsten met zetmeel en "vleesmeel" zonder diersoort. En een eerlijke kanttekening: een etiket met één diersoort is geen garantie tegen sporen van andere diersoorten uit de productie. Reageert je hond heftig op kleine hoeveelheden, overleg dan met je dierenarts welke snacks tijdens het dieet wel kunnen.

Na het eliminatiedieet

Blijkt je hond op bijvoorbeeld rund te reageren, dan hoef je niet je leven lang bij één diersoort te blijven. Je kunt de andere eiwitbronnen één voor één toevoegen, steeds twee weken, en kijken wat goed gaat. Zo bouw je een lijst van veilige diersoorten op en houd je één of twee zeldzame bronnen, zoals kameel of geit, achter de hand voor het geval er later een nieuwe allergie bijkomt. Wissel niet elke week van diersoort zonder reden: hoe vaker een hond een eiwit eet, hoe groter de kans dat hij er ooit op gaat reageren.

Tip van Ingrid: Maak een lijstje in je telefoon met alles wat je hond ooit heeft gegeten, inclusief de trainers en kauwsnacks. Dat lijstje is het eerste wat je dierenarts wil zien bij jeuk, en het bepaalt welke eiwitbron voor jouw hond echt nieuw is.

Veelgestelde vragen

Is een hypoallergene snack altijd veilig?

Nee. Het woord is niet beschermd en zegt niets over jouw hond. Veilig is een snack van één diersoort die je hond nog nooit heeft gegeten, gekozen met je dierenarts.

Welke eiwitbron is het minst allergeen?

Dat verschilt per hond. Paard, konijn, hert, geit en kameel geven in de praktijk zelden problemen omdat honden ze zelden eten. Rund, zuivel en kip staan bovenaan de lijst van bewezen allergenen.

Mag mijn hond vis als hij op kip reageert?

Meestal wel, vis is een ander eiwit. Kies één vissoort, bijvoorbeeld kabeljauw, en overleg met je dierenarts als je hond ook op andere dingen reageert.

Zijn graanvrije snacks hetzelfde als hypoallergene snacks?

Nee. Graanvrij zegt alleen dat er geen granen in zitten; het dierlijke eiwit is bij allergie meestal het probleem. Een graanvrije runderstrip helpt een hond met een runderallergie niet.

Hoe lang duurt een eliminatiedieet?

Acht weken strikt, daarna een provocatie met het oude voer. Elke uitglijder met een ander eiwit zet de klok terug.

Bronnen

Over de auteur
Ingrid Kooijman is oprichter van Canis Snacks. Ze selecteert natuurlijke hondensnacks van één eiwitbron, verkoopt ze online en op markten in Brabant, en beantwoordt dagelijks vragen van hondeneigenaren over voeding en kauwsnacks. Vragen over dit artikel? Mail naar info@canissnacks.com.